24. Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Voorwaardelijke vorderingen

Jumbo heeft voorwaardelijke vorderingen op voormalige en bestaande franchise-ondernemers inzake naverrekeningsregelingen van onder meer koopsommen en investeringsbijdragen. De voorwaardelijke vorderingen worden contractueel overeengekomen waarbij afgesproken is dat, indien er in de toekomst in enig jaar sprake is van overwinst en/of stakingswinst, de franchise-ondernemer een deel van deze voorwaardelijke vordering aan Jumbo voldoet.

De omvang van de toekomstige economische voordelen, die samenhangen met bovenvermelde vorderingen, zijn deels niet betrouwbaar te bepalen. Alleen voor het betrouwbaar in te schatten gedeelte is in de balans een vordering voor de naverrekeningsregelingen opgenomen.

Onder de overige vorderingen en overlopende activa is over 2025 en voorgaande verslagjaren een bedrag van € 1.125 (2024: € 1.157) opgenomen. Voor de jaren 2026 en verder kan Jumbo met onvoldoende zekerheid inschatten hoeveel de vordering bedraagt.

Inkoopcontracten

Jumbo is inkoopcontracten aangegaan met partijen buiten de reguliere inkopen voor de levering van goederen en diensten.

De verplichtingen gerelateerd aan deze inkoopcontracten met een omvang van € 1.000 of meer vervallen als volgt:

2025

2024

Termijnen vervallend binnen 1 jaar

56.837

70.674

Termijnen vervallend tussen 1 en 5 jaar

92.442

88.051

Termijnen vervallend na 5 jaar

18.401

25.981

167.680

184.706

De afname in inkoopverplichtingen ten opzichte van 2024 heeft met name betrekking op de afname van de investeringsverplichting ten behoeve van HR en diverse commerciële verplichtingen welke in 2025 zijn afgelopen. Daarnaast heeft Jumbo ultimo boekjaar 2025 diverse inkoopcontracten afgesloten voor de levering van goederen en diensten die in redelijke verhouding staan tot de normale bedrijfsomvang.

Huurverplichtingen

Jumbo heeft huurovereenkomsten afgesloten met betrekking tot in gebruik zijnde distributiecentra, intern transport, vervoersmiddelen en overige activa. Daarnaast worden door Jumbo onroerende zaken gehuurd en deels onderverhuurd. Daarbij neemt Jumbo de volledige eigenaarslasten voor haar rekening. De condities waaronder huurovereenkomsten worden afgesloten, zijn voornamelijk gebaseerd op bedrijfseconomische overwegingen en marktomstandigheden op het moment van het sluiten van huurovereenkomsten.

De huurverplichtingen zijn opgenomen in noot 19. Zie voor de gerelateerde gebruiksrechten huurcontracten noot 12. Huurcontracten met een looptijd korter dan 1 jaar of een onderliggende actief met een waarde van minder dan € 5 zijn hierbij uitgezonderd. De huurverplichtingen die hieruit voortvloeien zijn onderstaand opgenomen alsmede de verplichtingen die aangegaan zijn in 2025 en waarvan ingebruikname plaatsvindt in 2026 of later.

De minimale huurverplichtingen van huurovereenkomsten, niet verantwoord onder IFRS 16, vervallen als volgt:

2025

2024

Huurverplichtingen

Termijnen vervallend binnen 1 jaar

20.280

31.817

Termijnen vervallend tussen 1 en 5 jaar

34.142

38.263

Termijnen vervallend na 5 jaar

32.010

37.745

86.432

107.825

Van deze verplichting heeft € 0 (2024: € 0) betrekking op verbonden partijen.

Huurvorderingen

De minimale vorderingen uit hoofde van onderverhuur van onroerende zaken, aangehouden onder operationele huurovereenkomsten, vervallen als volgt:

2025

2024

Huurvorderingen (onroerend goed)

Termijnen vervallend binnen 1 jaar

20.229

85.011

Termijnen vervallend tussen 1 en 5 jaar

48.897

263.708

Termijnen vervallend na 5 jaar

8.689

103.377

77.815

452.096

Van deze vordering heeft € 0 (2024: € 185) betrekking op verbonden partijen. De totale huurvorderingen zijn afgenomen vanwege beëindigde huurcontracten van locaties waarvoor een aan Jumbo verbonden partij gedurende boekjaar 2025 in de plaats van Jumbo hoofdhuurder is geworden. Deze partij verhuurt de huurcontracten door aan franchise-ondernemers en derden, waardoor de huurvorderingen voor Jumbo zijn afgenomen.

In 2025 zijn huuropbrengsten van € 69.386 (2024: € 140.385) voor operationele huurovereenkomsten inzake onroerend goed ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Situatie rondom Frits van Eerd

Het onderzoek dat het Openbaar Ministerie (OM) in 2022 startte, heeft in augustus 2025 geleid tot de veroordeling van medeaandeelhouder en voormalig CEO Frits van Eerd door de rechtbank. Frits heeft besloten in hoger beroep te gaan. In de procedure tegen Frits van Eerd is Jumbo geen partij. In 2022 heeft KPMG op verzoek van A&O Shearman, in opdracht van de RvC, een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd. Daaruit zijn binnen Jumbo geen strafbare feiten vastgesteld. Het is op grond van de Jumbo op dit moment bekende informatie niet aannemelijk dat Jumbo alsnog betrokken wordt in het onderzoek, maar de uitkomst daarvan is onzeker.

Jumbo is enkele keren genoemd in het vonnis en er zijn uit de uitspraak nieuwe feiten en omstandigheden gebleken, die Jumbo niet eerder bekend waren, waaronder een mogelijke benadeling van Jumbo. De directie en de RvC hebben het vonnis zorgvuldig bestudeerd en overeenkomstig het ingewonnen advies van externe adviseurs gehandeld. Daarnaast is Jumbo alert op nieuwe signalen van onregelmatigheden en volgt deze waar nodig op met aanvullend intern onderzoek. Naar aanleiding van het vonnis en de relevante feiten en omstandigheden is geëvalueerd of vervolgonderzoek noodzakelijk was.

Jumbo behoudt zich het recht voor om eventuele schade te verhalen, als definitief zou blijken dat Jumbo is benadeeld. Jumbo zal dit dan op passende wijze en vertrouwelijk afwikkelen.

Overige verplichtingen

Jumbo heeft toezeggingen gedaan aan franchise-ondernemers over te verstrekken financiële vergoedingen en bijdragen. Het totaal van deze verplichtingen bedraagt ultimo 2025 € 506.404 (2024: € 457.966). De toezeggingen aan franchise-ondernemers betreffen voornamelijk (des)investeringsbijdragen, gewennings- bijdragen, openingsbijdragen, sluitingskosten, exploitatiebijdragen en goodwillgaranties. De overige verplichtingen bestaan daarnaast uit een contractuele verplichting van Jumbo met een derde partij aangaande het verstrekken van een achtergestelde lening. Deze verplichting bedraagt ultimo 2025 € 800 (2024: € 3.000). Dit bedrag kan uiterlijk tot medio 2026 worden opgenomen. Lopende juridische geschillen zijn niet in de balans opgenomen indien de uitgaande kasstromen niet betrouwbaar ingeschat kunnen worden.