Energie en emissies

De gevolgen van klimaatverandering zijn overal om ons heen zichtbaar. De krantenkoppen beginnen steeds vaker met temperatuurrecords en extreme weersomstandigheden. Ook bij Jumbo merken we dit dagelijks. Extreem weer kan leiden tot mislukte oogsten of een verminderde kwaliteit van onze producten. Het klimaat beïnvloedt ons, maar wij hebben zelf ook invloed op het klimaat. Onze bedrijfsactiviteiten zorgen voor uitstoot van broeikasgassen en dragen bij aan de opwarming van de aarde. Daarom zetten wij ons actief in om deze impact te verminderen.

Science Based Targets

In 2022 hebben we ons aangesloten bij het Science Based Target Initiative (SBTi). Dit is een onafhankelijke organisatie die beoordeelt of de klimaatdoelen van bedrijven voldoen aan de wetenschappelijke criteria om de opwarming van de aarde te beperken. Eind 2023 hebben we onze doelstellingen ingediend bij het SBTi en in 2024 is SBTi gestart met de validatie hiervan.

We streven ernaar om onze eigen CO2e -uitstoot (scope 1 en 2) in 2030 met 85% te verminderen ten opzichte van 2022 en Net Zero in 2040. Voor de totale keten (scope 3) willen we de CO2e -uitstoot halveren in 2030 en Net Zero uiterlijk in 2050. Dit vraagt om forse investeringen.

Bij het vaststellen van onze doelstellingen hebben we het zogenoemde Parijsakkoord van 2015 als uitgangspunt genomen. Hierin is afgesproken om de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot onder de 2 graden Celsius, en liever nog tot onder de 1,5 graad. We hebben ervoor gekozen om onze doelstellingen af te stemmen op de grens van maximaal 1,5 graad opwarming. Een halve graad minder opwarming klinkt op papier weinig, maar heeft een enorme positieve impact op de verschillende ecosystemen. Om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven, moeten we in 2030 minimaal 42% van onze CO2e -uitstoot (gebaseerd op 1,5 graad) reduceren ten opzichte van onze uitstoot in 2022. Dit geldt voor zowel scope 1 (directe uitstoot door eigen bronnen, zoals gebouwen, transport en productie), scope 2 (indirecte uitstoot door opwekking van verbruikte energie) en scope 3 (indirecte uitstoot door derden, zoals producenten en leveranciers).

Klimaatplan

In 2024 hebben we ook ons Klimaatplan (new window) verder uitgewerkt. Hierin staan alle stappen die Jumbo neemt om haar doelstellingen te bereiken. Het Klimaatplan (new window) is ontwikkeld door ons duurzaamheidsteam, in samenwerking met de afdeling Finance en met ondersteuning van het directieteam.

Scope 1 en 2

Om onze doelstelling voor scope 1 en 2 te bereiken hebben we verschillende acties en initiatieven uitgewerkt, uitgesplitst naar vastgoed, transport en elektriciteitsverbruik.

Vastgoed

We willen dat uiterlijk in 2030 alle filialen van het gas af zijn. Ook is ons doel om alle chemische koudemiddelen in onze koelingen te vervangen door natuurlijke alternatieven. We hebben een stappenplan opgesteld om dit in fases te realiseren. In 2024 hebben we 34 Jumbo winkels verbouwd, waarbij we ook een standaardpakket aan maatregelen hebben doorgevoerd om ze duurzamer en energiezuiniger te maken. Winkels die vanuit de basis al verbouwd moeten worden, verduurzamen we tegelijkertijd, waardoor we de extra kosten voor verduurzaming relatief beperkt houden. Sinds dit jaar plaatsen we bij verbouwingen dagafdekking voor al onze koelingen, zodat er minder kou verloren gaat. Andere energiebesparende maatregelen zijn onder andere ledverlichting, gerecyclede bouwmaterialen en zuinigere koelinstallaties. 

Het merendeel van deze aanpassingen gelden ook voor de distributiecentra in onze Supply Chain. We zijn hierover in overleg met de verhuurders van onze distributiecentra en EFC's. Voor komend jaar staan twee distributiecentra op de planning om van het gas af te gaan. Daarmee besparen we circa 30% van het gasverbruik in onze Supply Chain. In april 2024 hebben we ons nieuwe gemechaniseerd Centraal Distributiecentrum (new window) (CDC) voor verse producten in gebruik genomen. Dit pand in Nieuwegein voldoet aan de strengste duurzaamheidseisen en is BREEAM 2020-Outstanding gecertificeerd, een van de eersten in zijn soort.

De totale CO2e -uitstoot uit aardgas en koudemiddelen in onze panden is in 2024 gedaald met 30% ten opzichte van vorig jaar. Dat komt grotendeels door minder lekkages van chemische koudemiddelen. Ook ons gasverbruik is flink gedaald dit jaar. Dit zijn beide positieve effecten van de winkelverbouwingen, waarbij we streven naar gasloze panden en chemische koudemiddelen vervangen door natuurlijke. 

Transport

We hebben ook een stappenplan opgesteld om onze transportvloot te elektrificeren. Ons doel is om tegen 2030 80% van onze thuisbezorgbussen en 40% van onze grote vloot elektrisch te laten rijden. De grootste uitdaging hierbij is de beperkte capaciteit op het Nederlandse stroomnet (netcongestie). Dit betekent dat we op sommige locaties niet genoeg stroom kunnen krijgen om onze elektrische vrachtwagens op te laden. 

Sinds 2024 testen we in de Amsterdamse binnenstad met een nieuw type elektrische truck die is uitgerust met een koelunit. Deze wagen rijdt zuiniger, schoner, stiller en is nog veiliger ook. De pilot voeren we uit samen met Renault Trucks Nederland en onze transportpartner SVZ en is bedoeld om te ontdekken hoe we de winkel kunnen blijven bevoorraden, terwijl we onze footprint verkleinen. 

De daling in scope 1 gerelateerd aan transport (-13% ten opzichte van 2023) komt deels door de gefaseerde vervanging van oudere dieseltrucks door schonere varianten. Dit zorgt voor een 6% verbetering van het gemiddeld verbruik. Verder is een deel van de daling te verklaren door een verschuiving van de verhouding eigen transport ten opzichte van ingehuurd.

In 2024 hebben we het aantal elektrische bestelbussen ongeveer verdubbeld en is het aantal gereden elektrische kilometers voor online bestellingen verzesvoudigd ten opzichte van 2023. Verder zijn we dit jaar gestart met een nieuw systeem voor slimme routeplanning, wat zorgt voor een afname van het aantal gereden kilometers. Samen met de elektrische kilometers zorgt dit voor 4% minder CO2e -uitstoot in vergelijking met vorig jaar. Ook zijn we begonnen met een optimaliseringsproces voor vollere bezorgkratten. Dit project, dat loopt tot eind 2024, heeft een gunstig effect op het aantal gereden kilometers.

Elektriciteitsverbruik

Groene stroom wordt onze norm. We verwachten dan ook in 2030 volledig te zijn overgestapt. We wekken niet alleen zelf meer groene stroom op, maar zien ook kansen om deze bewuster in te kopen. Gedurende 2023 zijn we bijvoorbeeld gestart met het aankopen van groene stroom van een zonnepark van twintig hectare groot, in samenwerking met onze uienleverancier Wiskerke. De groene stroom vanuit dit zonnepark is dit jaar volledig meegenomen en verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. 

Ons totale stroomverbruik is in 2024 licht gestegen. Het gasloos maken van onze panden brengt een hogere vraag naar elektriciteit met zich mee; dat geldt ook voor het gasloze distributiecentrum voor verse producten dat we in  2024 in gebruik namen. Dankzij een toename van zelf opgewekte energie en aangekochte groene stroom in combinatie met een dalende emissiefactor, is de CO2e -uitstoot van ons elektriciteitsverbruik met 1% gedaald in vergelijking met 2023.

Energieverbruik en energiemix (MwH)

Verbruik fossiele energie

2024

2023

Brandstofverbruik uit ruwe olie en petroleumproducten

74.653

85.282

Brandstofverbruik uit aardgas

38.765

49.340

Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit

102.937

104.208

Totaal verbruik fossiele energie

216.355

238.830

Verbruik hernieuwbare energie

Verbruik ingekochte of verworven elektriciteit

119.396

112.533

Verbruik zelfopgewekte hernieuwbare energie

18.197

16.018

Totaal verbruik hernieuwbare energie

137.593

128.551

Totale energieverbruik

353.947

367.381

Aandeel fossiele bronnen in totale energieverbruik (%)

61%

65%

Aandeel hernieuwbare bronnen in totale energieverbruik (%)

39%

35%

Totaal emissies (kton co2-eq)

2024

2023

Basisjaar 2022

Doel 2030

Doel 2050

Scope 1 + 2

69

79

92

14

0

Scope 3

4.894

5.018

5.338

2.669

0

Totaal

4.963

5.097

5.430

Scope 2 emissies (kton CO2-eq)

2024

2023

Marktgebaseerd

39

40

Locatiegebaseerd

63

67

Scope 3

De grootste impact kunnen we maken in de ketens van de producten die in onze winkelschappen liggen. 86% van de directe CO2e-uitstoot in scope 3 zit namelijk in de toeleveringsketen van deze producten. Om onze reductieplannen voor scope 3 te halen, moeten we nauw samenwerken met producenten, directe leveranciers en onze franchise-ondernemers. Dit is een complex en uitdagend proces, dat we met de verschillende initiatieven aanpakken. 

Zo hebben we onze leveranciers gevraagd om ook zelf reductiedoelstellingen te formuleren en deze te laten valideren door het SBTi. Vanaf 2025 geldt dit als bindende bepaling in onze MVO-voorwaarden. Inmiddels heeft 71% (op basis van omzetaandeel) van de leveranciers die goederen leveren aan Jumbo zich gecommitteerd aan het formuleren en indienen van doelstellingen voor het terugdringen van hun CO2e-uitstoot. Ook ondersteunen we onze leveranciers bij het ontwerpen en uitvoeren van klimaatplannen. Dat doen we voornamelijk online met tips, adviezen en het delen van goede praktijkvoorbeelden. Ook hebben we online bijeenkomsten over dit thema georganiseerd en zijn we in 2024 het Jumbo Impactfonds gestart. Met het Jumbo Impactfonds maken we financiële middelen vrij voor onze private label leveranciers voor projecten die helpen om de CO2e-uitstoot te verminderen. Zo hebben we in 2024 het glansmiddel op onze (krenten)bollen vervangen door plantaardige ingrediënten. 

De CO2e -uitstoot in scope 3 is dit jaar met 3% afgenomen ten opzichte van het vorig jaar. Binnen deze scope is verreweg het grootste deel van de emissies afkomstig uit de toeleveringsketen van onze producten. We zien een afname van het verkoopvolume uit de keten als een belangrijke oorzaak van de afname. 

Het berekenen van de uitstoot in scope 3 is complex en gebaseerd op diverse schattingen en aannames. Hierdoor kunnen werkelijke emissies variëren, afhankelijk van de specifieke omstandigheden en processen van elke leverancier. Hierdoor zijn de emissies minder goed met elkaar te vergelijken. De huidige berekening geeft echter wel een goede inschatting van de emissies. Met onder andere de bovengenoemde initiatieven wordt deze berekening de komende tijd verder ontwikkeld. Wat uiteindelijk leidt tot een steeds nauwkeurigere en beter vergelijkbare CO2e-uitstoot in scope 3.

Onderzoek naar melk en eieren

De ketens van dierlijke producten zijn verantwoordelijk voor een groot deel van onze CO2e uitstoot. Met het oog op onze reductiedoelstellingen hebben we dit jaar in twee van deze ketens – melk en eieren – onderzoek gedaan. Dit heeft beter inzicht gegeven in de emissies in deze ketens en welke maatregelen het meest effectief zijn om deze emissies te reduceren. In beide ketens zit dit vooral in het verbeteren van het voer voor de dieren en voor koeien het verminderen van methaanuitstoot door het toevoegen van voedingssupplementen. Aankomend jaar gaan we hierover in gesprek met onze leveranciers. Daarnaast onderzoeken we de andere (dierlijke) ketens om samen met leveranciers plannen te maken voor het verminderen van uitstoot.

2024

2023

Energie-intensiteit
Totale energieverbruik per netto-omzet

43

42

Broeikasgasemissie intensiteit
Totale broeikasgasemissies in ton CO2-eq per netto-omzet

0,6

0,6

Scope 3 emissies (kton CO2-eq)

2024

2023

1. Gekochte goederen en diensten

4.518

4.662

2. Kapitaalgoederen

59

56

3. Brandstof- en energieactiviteiten

18

17

4. Upstreamvervoer en distributie

41

41

5. Afval geproduceerd bij activiteiten

47

47

6. Zakelijk reisverkeer

0

1

7. Woon-werkverkeer werknemers

17

14

11. Gebruik verkochte producten

48

52

12. End-of-life-verwerking verkochte producten

89

74

14. Franchise-ondernemers

57

54

Totaal

4.894

5.018

Climate Impact Consortium

Om de CO2e-emissies op productniveau in kaart te brengen, zijn we eind 2023 samen met andere retailers het Climate Impact Consortium gestart, onder leiding van Impact Buying. Binnen dit consortium werken we aan een gezamenlijke methodologie voor het berekenen van de CO2e-emissies in de toeleveringsketens. Dit helpt bij het nauwkeuriger, transparanter en vergelijkbaarder maken van de CO2e-emissies van producten en voorkomt dat leveranciers voor verschillende supermarkten andere data moeten aanleveren en bijhouden.

Het afgelopen jaar hebben we verschillende pilots uitgevoerd met leveranciers van zogenaamde Product Carbon Footprint-softwareplatforms. Om tot de juiste keuze voor een platform te komen, hebben we Wageningen University & Research (WUR) gevraagd om de methodologieën van de verschillende aanbieders te beoordelen. Daarnaast hebben we leveranciers betrokken bij het testen van de platforms, zodat we begin 2025 een goed onderbouwde keuze kunnen maken voor de meest geschikte oplossing.

Methodologie en assumpties

Bij Jumbo relateren we onze doelstelling voor het terugdringen van de CO2e-uitstoot aan het basisjaar 2022. Dat jaar is representatief voor onze bedrijfsactiviteiten en geeft een actuele stand van zaken. Bij het berekenen van onze CO2e-uitstoot hanteren we de methodiek van het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol). Dat is een wereldwijd erkend raamwerk voor bedrijven en organisaties om hun broeikasgasemissies te meten en beheren.

Scope 1 en 2

Tot scope 1 en 2 rekenen we de CO2e-emissies van onze eigen filialen, het vastgoed van onze Supply Chain, zoals kantoren, distributiecentra en EFC's, en de eigen transportmiddelen, zoals vrachtwagens en bestelwagens voor thuisbezorging. Ook ons wagenpark met leaseauto’s valt hieronder.

Binnen scope 1 gaat het vooral om directe uitstoot door verbranding van fossiele brandstoffen. Voor Jumbo betreft dit met name het gebruik van aardgas, koudemiddelen en eigen transport. Binnen scope 2 hebben we specifiek te maken met indirecte uitstoot door aangekochte elektriciteit. In beide gevallen berekenen we het verbruik aan de hand van meterstanden en verbruiksregistraties van brandstof. Het totale energieverbruik zetten we om in CO2e-emissies volgens de emissiefactoren van het platform CO2emissiefactoren.nl.

Scope 3

Een overzicht van de verschillende categorieën en berekeningsmethodieken in scope 3 is beschreven in bijlage 3 (new window).

Voor de berekening van het percentage leveranciers gecommitteerd aan SBTi zijn alle leveranciers in scope die goederen leveren aan Jumbo voor de verkoop (for resale). Het zogenaamde Target Dashboard van SBTi toont alle organisaties die zich hebben gecommitteerd aan het stellen van een doelstelling of deze al hebben laten valideren door SBTi. Deze status wordt gekoppeld aan de leveranciers in scope en de omzet per leverancier. 

Aanpassing cijfer vorig jaar
Als onderdeel van ons data optimalisatie proces, maken we sinds 2024 gebruik van nauwkeurigere gewicht data. Hierdoor hebben we geconstateerd dat de berekening van de CO2e-uitstoot voor scope 3.1 in 2022 en 2023 onjuist was. Om ervoor te zorgen dat alle jaren met elkaar vergelijkbaar zijn, is de uitstoot in scope 3 van voorgaande jaren herrekend en aangepast. Het basisjaar is aangepast van 7.710 naar 5.338 kton CO2e-uitstoot en 2023 is aangepast van 7.451 kton naar 5.018 kton CO2e-uitstoot. Dit heeft verder geen gevolgen voor de doelstellingen die we hebben geformuleerd, aangezien het geplande reductiepercentage gelijk blijft. 

Eiwittransitie

Onze emissies verminderen we verder door een betere balans op het bord van onze klanten - met meer plantaardige dan dierlijke eiwitten. Ook draagt een meer plantaardig dieet bij aan een gezonder eetpatroon.

Samen met producenten en leveranciers dragen we bij aan de eiwittransitie door onder andere het aanbod producten op basis van plantaardige eiwitten te verbeteren en te vergroten, en positief onder de aandacht te brengen bij onze klanten.

Ons doel? In 2030 komt 60% van de verkochte eiwitten bij Jumbo van plantaardige producten en 40% van duurzamere dierlijke producten. In 2025 streven we naar een verhouding van 50%/50%. Om dat te bereiken, is het belangrijk dat onze producten lekker en betaalbaar zijn. Smaak en prijs vormen namelijk een belangrijke barrière voor de Nederlandse en Belgische consument om plantaardiger te eten (new window).

In 2024 is het aandeel verkochte plantaardige eiwitten uitgekomen op 44,3%. Dit is een stijging ten opzichte van de herberekende verhouding van voorgaand jaar, toen dit aandeel 43,6% bedroeg. De cijfers laten zien dat er veel verschillende initiatieven en invloeden effect hebben op de verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten en dat gaat beide kanten op. Zo zien we een licht positief effect van het stoppen met tijdelijke prijspromoties op vers vlees (van/voor-aanbiedingen) en de introductie van innovatieve vleesproducten met een nieuwe receptuur met een groter aandeel plantaardige eiwitten. Tegelijkertijd zien we vanuit de mix van verkopen een negatief effect. Zo neemt de verkoop van vlees af, maar de verkoop van een aantal andere groepen met dierlijke eiwitten juist weer toe. Daarnaast neemt de verkoop van een aantal groepen met plantaardige eiwitten weer af. Een ander effect dat terugkomt in de cijfers is de datanauwkeurigheid die weer verder verbeterd is dit jaar. Dat heeft een positief effect op de verhouding.

Deze uitkomst bevestigt onze hypothese dat het veranderen van consumentengedrag binnen dit thema zeer uitdagend is en om een langetermijnaanpak vraagt. Daarbij zien we dan ook dat er niet maar één manier is om onze doelstellingen te behalen. Vandaar dat we inzetten op een combinatie van initiatieven om klanten op een laagdrempelige manier te inspireren om over te gaan op een meer plantaardig eetpatroon. 

We geloven niet in het opleggen van een plantaardig eetpatroon, maar zetten erop in klanten te laten ervaren dat het anders kan zonder in te leveren op prijs, kwaliteit, smaak en gemak. Vanuit alle initiatieven leren we over de impact ervan en hoe we de komende jaren nog effectiever kunnen sturen op het behalen van onze doelstellingen.

Met de inzichten die we nu hebben, zien wij de uitbreiding van innovatieve vleesproducten waarbij wordt ingezet op de combinatie van vlees met plantaardige eiwitten als meest effectief. Daar zetten we in 2025 dan ook nog meer op in. Uiteraard blijven we ook investeren in de andere initiatieven waaronder het meekrijgen van andere supermarkten in het stoppen met tijdelijke vleespromoties.

Stoppen vleespromoties

Ons initiatief om te stoppen met tijdelijke prijspromoties, zogenaamde van/voor-aanbiedingen, op vers vlees, ondersteunt de transitie van dierlijke naar plantaardige eiwitten. We hebben daarbij een algemene oproep gedaan aan andere supermarkten om ons te volgen. Een gelijk speelveld is namelijk van groot belang om de transitie echt te kunnen versnellen. Als tijdelijke vleespromoties de standaard blijven, kunnen we het consumentengedrag niet veranderen. Dit vraagt om een stap van de gehele markt.

Meer plantaardig

Naast het stoppen met vleespromoties, verlaagden we eerder al de prijzen van diverse vleesvervangers, zodat de prijs voor geen enkele private label vleesvervanger hoger is dan voor de vergelijkbare vleesvariant. Ook vinden klanten steeds meer plantaardige producten in onze schappen, zoals lekkere groentespreads en speciaal voor families vega kipstukjes en vegan vers gehakt in grootverpakkingen. Voor kant-en-klaarmaaltijden kunnen onze klanten in elk segment kiezen voor minstens een plantaardig alternatief. Samen met Foodcollege, ons eigen kennis- en ontwikkelcentrum, breiden we ons aanbod ieder seizoen verder uit. Hieronder lichten we diverse andere initiatieven uit:

Innovatieve vleesproducten

In onze nieuwste vleesproducten komen twee werelden samen. Hierin zit namelijk een combinatie van vers vlees én veldbonen van Nederlandse bodem. Op deze manier willen we onze klanten op een laagdrempelige manier kennis laten maken met vleesproducten waarbij niet meer enkel gebruik wordt gemaakt van dierlijke eiwitten. Door in te zetten op nieuwe smaakvolle producten van goede kwaliteit voor een betaalbare prijs maken we het klanten gemakkelijk om mee te bewegen in de transitie naar een meer plantaardig en gezonder eetpatroon.

Methodologie en assumpties

Het berekenen van de eiwitverhouding in ons productaanbod voeren we sinds 2023 uit aan de hand van de methode Eiweet. Dit is een uniforme meetmethodiek die is ontwikkeld op initiatief van de Green Protein Alliance (GPA), in samenwerking met ProVeg Nederland en de Nederlandse supermarkten. Experts van Natuur & Milieu en Questionmark hebben ook bijgedragen aan de ontwikkeling van deze methodiek. 

De Eiweet-methodiek kijkt naar de verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten in alle verkochte voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. De basis voor de berekening is enerzijds het totaal verkoopvolume op productbasis en anderzijds de verhouding dierlijk en plantaardig eiwit per product. Dat levert een eiwitgehalte in kilogram op, uitgesplitst naar dierlijk en plantaardig. De verhouding dierlijke of plantaardige eiwitten per product stellen we waar mogelijk vast aan de hand van de voedingswaardedeclaratie. Wanneer die niet beschikbaar is, maken we een inschatting op basis van de NEVO-tabel. Deze gaat uit van gemiddelde waarden per productcategorie en betreft dus een schattingselement. We werken voortdurend aan het verfijnen van de data zodat de berekening nauwkeuriger wordt. Dit jaar is nog maar 34% van de eiwitten berekend op basis van de NEVO-tabel, ten opzichte van 56% vorig jaar. 

Door een verbetering van gewicht data is de berekening van de van de verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten in 2023 te laag uitgevallen. Om beide jaren wel met elkaar te kunnen vergelijken hebben we het 2023 cijfer aangepast in dit jaarverslag van 39,0% naar 43,6%.

Dit jaar zijn we gestart met grillburgers, barbecueworsten en spiesjes in het barbecueassortiment. Inmiddels hebben we dit uitgebreid naar meer producten in het schap, waaronder hamburgers, kipschnitzels, worsten en vinken. Komend jaar staan er nog meer innovaties in deze in andere productcategorieën gepland. Zo worden ook onze verse saucijzenbroodjes vernieuwd en vervangen we in dit product roomboter met plantaardige margarine. Onze klanten hebben deze producten uitgebreid op smaak getest en als zeer goed gewaardeerd, voordat we ze in de winkel aanbieden.

Smaakmakers voor groenten

Eind 2024 hebben we onze nieuwe productlijn Smaakmakers geïntroduceerd. Met onder andere kruidenmelanges, smaakboters, smaakoliën en miso’s willen we klanten inspireren om meer groenten te eten door ze op een smaakvolle en makkelijke manier te bereiden. Door de smaakmakers direct naast de groenten te plaatsen, maken we ze toegankelijk. Daarnaast helpen we klanten met receptkaarten om deze nieuwe gerechten te ontdekken.

Gebak om voor te juichen

In 2024 stonden we niet alleen te juichen om de successen van het EK voetbal. We zijn toen ook gestopt met het gebruik van dierlijke gelatine in onze (oranje)tompoucen. Een behoorlijke mijlpaal, want sindsdien is ons gehele gebakassortiment gelatinevrij. De kers op de taart? Dat was de nominatie voor onze vegan mangoslofjes voor de Vegan Awards 2024.

Nieuwe inzichten door samenwerking met Wageningen University & Research (WUR)

Wat gebeurt er als we plantaardige alternatieven in het vleesschap leggen? Kiezen klanten dan vaker voor plantaardig? In 2023 probeerden we dit uit. Deze pilot heeft ons veel nieuwe inzichten gebracht, maar het effect bleek minimaal te zijn. Daarom zijn er geen directe schapaanpassingen geweest. De pilot was onderdeel van de publiek private samenwerking (PPS) Transparant, gezond en duurzaam, een vijfjarig onderzoeksprogramma samen met verschillende retailers, de Wageningen University & Research (WUR) en de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Dit onderzoeksprogramma is in 2024 voltooid. Binnen dit onderzoek hebben we gedurende een periode van dertien weken in zeven winkels de meest gangbare vleesvervangers in het vleesschap geplaatst. De verwachting was dat meer klanten in aanraking zouden komen met deze producten. Echter zagen we in de pilotperiode de verkoop van vleesvervangers dalen. De verkoop van vleesproducten ondervond geen verandering. Deze pilot heeft dan ook niet geleid tot concrete veranderingen in onze schappen. Er is geen duidelijke verklaring te geven voor de daling in verkoop van vleesvervangers. Uit aanvullende interviews bleek dat flexitariërs en vegetariërs mogelijk de producten niet meer konden vinden in het vegetarische schap. 

Inspiratie bieden

We willen klanten inspireren om plantaardiger te eten (new window). Om dit te bereiken, nemen we verschillende stappen om barrières bij hen weg te nemen. We zetten steeds vaker tips op onze productverpakkingen, waarmee we klanten inspireren om te kiezen voor plantaardige recepten en dierlijke ingrediënten te vervangen door plantaardige. Deze tips staan áltijd op onze verspakketten. Plantaardige private label producten die een alternatief zijn op een dierlijke variant, herkennen klanten duidelijk door het vega(n) logo. Dat geldt ook voor Jumbo’s, het nieuwe foodmerk dat wij dit jaar hebben geïntroduceerd. Ons doel is om eind 2025 de helft van onze verpakkingen te voorzien van vegetarische of plantaardige recepten.